Dopingcontroles hard nodig in
denksporten
copyright © 2000 by Michel Franssen
Schaakgrootmeester Jan Timman dreigde in 2000 uit de Fide treden, als de Wereldschaakbond conform het IOC-manifest dopingcontroles ging uitvoeren. Hij stelde, dat denksporters geen baat hebben bij stimulerende middelen, en wordt daarin gesteund door oud-wereldkampioen allroundschaatsen professor Harm Kuipers van de universiteit van Maastricht. Degenen, die zowel denk- als duursport op niveau hebben bedreven, weten wel beter.
Dopingreglementen zijn in het leven geroepen om gelijke kansen voor elke sporter te creëren, maar ook om de sporter tegen zichzelf te beschermen. Op de dopinglijst staan derhalve niet alleen stimulerende middelen of methoden met ongezonde bijwerkingen (amfetaminen, anabolica, epo, groeihormonen), en medicijnen met een stimulerende werking (cortisonen, hoestdranken met efedrine, pijnstillers met cafeïne), maar ook middelen, die in Nederlandstalige landen drugs worden genoemd, en die primair worden gebruikt voor de 'sociale kick', zoals alcohol, amfetaminen, cocaïne, hasj, heroïne, lsd, marihuana, nicotine en xtc. Het onderscheid tussen stimulentia, medicijnen en drugs is erg vaag. Dat verklaart, waarom hordenloper Danny Harris en voetballer Diego Maradona herhaaldelijk betrapt zijn op het gebruik van cocaïne.
Jan Timman heeft er nooit een geheim van gemaakt, dat hij tussen de mentaal slopende
schaaktoernooien stevig dronk, rookte en 'blowde'. Hij was in de jaren '70 zelfs zó
doordrongen van de heilzame werking, dat hij andere jonge schakers met ambitie dringend
adviseerde met hem en zijn (veelal Rotterdamse) vrienden mee te doen. Die vrienden waren
onder meer de huidige KRO-presentator Hans Böhm, journalist Alexander Münninghoff, de
kunstenaars gebroeders Maliangkay, de gebroeders Leentfaar, John van Baarle, John van den
Berg en John Schell.
Zij hadden allemaal een Elo-rating van 2200 of hoger. Dat gegeven gebruikten zij tijdens
het Hoogovenstoernooi van 1972 om ook mij 'hogerop te helpen'. Toernooigastvrouw Elly Nol
had Böhm en mij op één kamer van hotel Trio gehuisvest. Trio was een prima en toch
betaalbaar 3-sterrenhotel in Wijk aan Zee. Er woonden veel Heerlense ex-kompels, die bij
Hoogovens werkten. Böhm vond de kamer veel te groot voor twee personen (er stonden vier
bedden), en nam de tweede nacht zijn Rotterdamse vrienden mee. De heren gingen onder meer
kotsen in de doucheruimtes, vechten om de bedden, de ex-koempels waarschuwen voor personen
die hen wakker wilden maken, en hun kamers doorzoeken op etenswaar. Schell (John Markus:
"Schell is een proleet", Léon Pliester: "Nee, hij is een profeet!")
maakte mij met harde dwang duidelijk, dat ik 'stil' moest zijn.
De volgende ochtend werden zij wegens huisvredesbreuk door de politie verwijderd. De
heren probeerden mij erbij te lappen, maar werden niet geloofd, omdat ik onder meer een
stropdas droeg, wat in die tijd in dié kringen hoogst ongebruikelijk was. Alleen JOVD'ers
als Fred van der Vliet (schaakrecensent van de GPD) en jonge KVP'ers als Frans Kuijpers
droegen in die tijd stropdassen op schaaktoernooien.
Enkele dagen later hield Timman een feestje in zijn Amsterdamse studentenflat. Ik werd ook
vriendelijk uitgenodigd. Vreemd, maar misschien waren ze bang voor een strafrechtelijke
voortzetting van de affaire in Trio, en hoopten ze mij zo op hun hand te krijgen. We
gingen naar Amsterdam-noord met een personenbusje van Münninghoff. Die ging later het
beste Chinese eten uit de stad halen. Timman was zoals gewoonlijk hoofdsponsor. Het eten
was gratis, maar het 'politburo', bestaande uit Timman, Münninghoff, Böhm en Schell,
stelde twee voorwaarden: meeroken en meedrinken. Onder roken verstond men 'blowen', onder
drinken een flinke teug Saké, de Japanse tegenhanger van Vodka en Whiskey.
Timman was vrijgesteld, want die moest de volgende dag als hoofdsponsor zijn geld verdienen in een partij met Lajos Portisch, een speler uit de mondiale top-10. Ik weigerde pertinent, want ik wist zeker dat zulks niet goed zou zijn voor mijn conditie. Er ontstond een stevige discussie, wat in die tijd nog niet taboe was. Keiharde argumenten als: "Jan is grootmeester, die doet het toch ook!?" veegde ik van tafel met keiharde tegenargumenten als: "Maar ik loop veel harder dan Jan!" Dat kwam mij weer op te staan op opmerkingen als: "Als je eigenwijs bent, blijf je maar altijd in Europoort 6 schaken."
Die opmerking sloeg op het IBM-toernooi van 1970, toen ik als speler van Europoort 6
ineens in de C-groep werd ingedeeld. De Rotterdammers hebben dat nooit begrepen, maar zij
wisten niet, dat Papendrechter Henk bij de Vaate namens mij een voordracht had gedaan. Bij
de Vaate, die later protestantse theologie studeerde aan de VU, speelde voor Charlois in
de meesterklasse, en ik had hem juist in een thematische tweekamp overtuigend op 2-2
gehouden. Om dat waar te maken, mocht ik met wit tegen een van de broers Leentfaar
schaken. Leentfaar verdedigde zich met Gesloten Spaans, een nog steeds zeer populaire maar
ook zeer moeilijke variant, waarin ik met wit heel wat sterke schakers heb afgedroogd.
Timman speelde, net als later Karpov, graag Gesloten Spaans met zwart. Hij kon het dan ook
niet nalaten om Leentfaar te 'coachen'. Ik kreeg 'hulp' van Schell, maar redde het
natuurlijk niet. Als straf voor mijn nederlaag knipte Böhm mijn stropdas af. In 'Ook dat
nog" draagt Böhm zelf vaak stropdassen. Iedereen heeft zijn prijs, nietwaar?
Uit protest begaf ik mij ogenblikkelijk naar de lift. Een van de broers Leentfaar wees mij
erop, dat ik minstens dertig kilometer zou moeten lopen, en bood namens de anderen excuses
aan. Wellicht uit eigenbelang, want op de terugweg zinspeelde hij erop, dat de meute bij
mij zou overnachten. Dat vond ik een minder geslaagde uiting van 'eerlijk delen', de
slogan die in tijd nog 'cool' was. Op weg naar Wijk aan Zee zaten enkele heren nog in
zakken te kotsen. Zo kreeg Münninghoff, die mij vergeefs had proberen te overtuigen van
de onschadelijkheid van marihuana, de kous op zijn kop. Overigens werd hotel Trio in
de zomer van 1973 in de as gelegd.
Tegen deze achtergrond verbaast het mij allerminst, dat Timman zo fel tegen ratificatie van het dopingreglement van het IOC door de FIDE is. De reactie van Harm Kuipers begrijp ik minder. De FIDE en de internationale bridgefederatie WBF hebben het roken volledig uitgebannen in grote toernooien, en de Nederlandse Bridge Bond houdt de landelijke competities al twee jaar rookvrij. De schone lucht rukt steeds meer op. Vanaf januari 2000 zijn ook de centraal gespeelde competities van NBB-district Zuid-Limburg in Euregionaal Sportcentrum Sittard rookvrij, alles vanwege de zeer schadelijke effecten van het roken. Als nicotine en teer een aantoonbaar nadelig effect hebben op prestaties van denksporters, zouden stimulerende middelen dan een neutrale werking hebben? Jos Hermens heeft mij verzekerd, dat doping wel degelijk ook bij schakers en bridgers werkt, al is het alleen maar voor het fixeren op de wedstrijd, het wegnemen van dat laatste restje twijfel en faalangst, en het vasthouden van de concentratie.
Sommigen denken misschien, dat ik stom, stom, stom ben geweest. Als ik als schaker
'ruimer' had gedacht over drugs, had ik als atleet misschien 'ruimer' gedacht over
stimulentia. Misschien had ik moeten ingaan op 'goedbedoelde' suggesties van managers en
coaches. Wellicht had ik dan wél het hoogste plateau in de atletiek bereikt, net als
andere atleten die in de States hebben gestudeerd. Sommigen leverden later zeer
'verdachte' prestaties, maar dat mogelijke bedrog gooide bepaalde maatschappelijke deuren
alleen maar verder open, met als gevolg, dat Nederlandse sportprogramma's nu vaker van
gezwam dan van deskundig commentaar worden voorzien.
Ibrahim Hussein, mijn evenknie op de universiteit van New Mexico in Albuquerque, was in
1981 nog juist goed genoeg om van coach Del Hessel te mogen blijven. In 1988 won hij de
marathon van New York in 2.08.43. Ik weet niet of Hussein 'gepakt' heeft. De constante
hoogtetraining in Albuquerque maakte het gebruik van epo bijvoorbeeld overbodig en zelfs
ongewenst. Het bloed mag niet té dik worden, de hematocrietwaarde niet té hoog, omdat er
anders acute gezondheidsgevaren dreigen. De wielrenners Marco Pantani en Erik Dekker
hebben vooral om dié reden een tijdelijk startverbod gekregen. Mijn grootste fout was,
dat ik na de trainingen nog te vaak ging bridgen in Albuquerque. Door de rook, die ik
inademde, werd het effect van de hoogtetraining meer dan tenietgedaan. Pas eind 1985, toen
ik op slag stopte met bridge en schaken, bereikte ik weer mijn niveau van 1976 en 1977.
Binnen een maand, en zestien maanden later mocht ik als 33-jarige eindelijk naar het WK
veldlopen, de sterkst bezette wedstrijd van de hele atletiek!
Timman had, als hij een aantal ongezonde dingen had nagelaten, wellicht de tweede Nederlandse wereldkampioen kunnen worden. Zelfs Karpov heeft zich in die zin uitgelaten. Het zou prettig zijn voor de jonge generaties, als Timman in dit opzicht het boetekleed aantrok.
Timman had in oktober 2004 nog steeds een Fide-rating van 2602. Wij vinden het daarom erg vreemd, dat de leiding van het Corustoernooi hem bij nader inzien niet wil uitnodigen voor de grootmeestergroep A van 2005. Het organisatiecomoté hanteert het argument, dat Timman een toernooi van 13 ronden fysiek niet meer aan kan. Als ze zouden zeggen: "Jan, je kunt fysiek geen marathon meer binnen 2.30.00 uur lopen," zouden ze gelijk hebben. (Tim Krabbé heeft overigens laten zien, dat iemand, die op latere leeftijd radicaal spijt krijgt van zijn ongezonde manier van leven, zelfs in de duursport nog een heel eind kan komen.)
De partijen hebben intussen weer overeenstemming bereikt. Hun persverklaring van 22 december 2004 luidde als volgt:
"Op 16 december heeft in Amsterdam een vervolggesprek plaatsgevonden tussen
enerzijds de voorzitter en de toernooidirecteur van het Corus Chess Tournament en
anderzijds grootmeester Jan Timman. Afgesproken is dat Jan Timman tijdens het 67e Corus
Chess Tournament in januari 2005 tweemaal commentaar zal verzorgen op de partijen van de
grootmeestergroep A.
Daarnaast zal hij al zijn tijd besteden aan het redigeren van een voornamelijk
schaaktechnisch boek over de historie van het Corus Chess Tournament, daarbij ook
aandacht schenkend aan bijzondere partijen uit het 67e toernooi.
Gezien deze werkzaamheden wordt afgezien van verdere invulling van het
gastgrootmeesterschap."
Was getekend: Dolf Vos, Jeroen van den Berg en Jan Timman.
Schaakboeken van Timman gingen steeds als verse broodjes over de toonbank. Dat zal met het te schrijven boek over een van de beste toernooien ter wereld zeker niet anders zijn.
Reacties
Feedback
Naar Resolutie tegen Doping van
Deutsche Leichtathletik Mailing List
![]()
DLML
Anti-Doping Resolution
To Resolution against Doping of German T&F Mailing List